De Oorlogsmachine Blokkeren

Kunst van de week: Basyma Saad, Untitled II (From the viscera there came...), 2025
Beste Pieter,
Op 30 oktober namen havenarbeiders in 113 havens, verspreid over 22 landen en regio’s, deel aan een internationale actiedag tegen militarisering en oorlog. Van Gioia Tauro tot Genua, van Oakland tot Hamburg en Veracruz: arbeiders staakten het werk dat de oorlogsmachine draaiende houdt.
Deze mobilisatie kwam voort uit de ‘Verklaring van Istanboel’, die in mei door vakbonden in mediterrane havens werd ondertekend. Inmiddels is het initiatief uitgegroeid tot een wereldwijde beweging. In Italië voerden arbeiders in negen havens actie, en riep de vakbond Unione Sindacale di Base (USB) op tot een algemene staking in alle sectoren. In Frankrijk meldde de grootste vakbond voor havenarbeiders dat vrijwel de gehele maritieme scheepvaartcapaciteit van het land door de acties werd getroffen.
De eisen van de arbeiders reiken verder dan alleen het protest tegen de genocide door Israël in Gaza. Ze pleiten voor het stopzetten van elk transport van wapens via civiele havens; een einde aan het gebruik van havens als uitvalsbasis voor de NAVO en de strijdkrachten van de VS en de EU; het stoppen van de Europese herbewapening; en een loonsverhoging voor de arbeiders die de havens draaiende houden.
De actie van 30 oktober behoort tot de grootste anti-oorlogsstakingen door arbeiders sinds de Tweede Wereldoorlog. Het is niet alleen vanwege de omvang van groot belang, maar ook vanwege de vernieuwende strategie. De mobilisatie brengt arbeiders uit zowel het mondiale Noorden als het mondiale Zuiden samen. Ze dagen expliciet de voorwaarden uit waaronder het imperialisme oorlog voert – een proces dat afhankelijk is van de controle over transnationale logistieke ketens die niet in één enkel gebied afzonderlijk kunnen worden verstoord. Door de schaal van hun mobilisatie af te stemmen op de schaal van het logistieke apparaat van het imperialisme, hebben havenarbeiders aangetoond dat het wel degelijk mogelijk is om weerstand te bieden aan oorlog.
De afgelopen week was journalist Alex Colston in Italië aanwezig om met arbeiders te spreken en verslag te doen van de mobilisaties. Zijn verslaglegging – gepubliceerd als exclusieve bijdrage in samenwerking met onafhankelijke media binnen ons ‘Wire’-netwerk – documenteert hoe havenarbeiders in Italië de krachten bundelden met volksbewegingen. Dit gebeurde via een reeks acties die toewerkten naar de grote actiedag op 30 oktober. In Livorno deed Colston verslag van de actie tegen de *Sunaid X*, een containerschip dat door lokale vakbonden werd aangemerkt als toeleverancier voor de NAVO-militaire basis in Sigonella. Zeilboten van de *Global Sumud Flotilla* hielden de haveningang bezet, terwijl de vakbond USB en het autonome collectief van havenarbeiders, GAP, actie voerden bij de toegangspoort van de terminal. Toen het schip aanmeerde, weigerden de havenarbeiders van de nachtploeg het schip te bedienen. De ochtendploeg deed hetzelfde.
Deze coördinatie is gebaseerd op een werkwijze die in de loop van een jaar strijd is ontwikkeld. "Informatie verzamelen, actieposten opzetten, staken", vertelde Giovanni Ceraolo van de USB aan Colston. "Dat is vooralsnog de enige methode die we hebben, en het werkt – met wisselend succes." Arbeiders identificeren de lading; maatschappelijke bewegingen en vakbonden organiseren zich buiten de poorten; en havenarbeiders leggen binnen de haven het werk neer. "In de praktijk zijn er maar twee manieren om dit transport te blokkeren: via actieposten en blokkades, of door te staken", aldus Ceraolo. "Wanneer we beide weten te combineren, slagen we in ons opzet."
Voor Simone D’Aversa, een havenarbeider in Livorno en medeoprichter van GAP, begon de strijd met het besef dat zijn eigen arbeid "in hoge mate verweven was geraakt met oorlogsvoering". "Dat zette me ertoe aan om een manier te zoeken waarop ik, van binnenuit, een obstakel kan vormen voor dit hele apparaat", vertelde hij.
Deze acties herinneren ons eraan dat werkenden die de oorlogsmachine draaiende houden, over een uniek vermogen beschikken om die machine tot stilstand te brengen. "Het klopt dat overheden medeplichtig zijn aan wat er is gebeurd", zegt D’Aversa. "Maar ik denk dat de stap die ons het meest dwingt om onze eigen bevoorrechte positie onder de loep te nemen, het erkennen is dat wijzelf medeplichtig zijn aan onze overheden – tenzij we op 30 oktober opnieuw doen wat we in september en oktober ook hebben gedaan."
In Gioia Tauro, de grootste overslaghaven van Italië, werd dezelfde strategie toegepast. Zeventien containers met staal voor 'tweeledig gebruik' (civiel en militair), die oorspronkelijk naar Israël zouden gaan, worden nog steeds vastgehouden in de terminal. Dit gebeurde nadat vakbonden en solidariteitsbewegingen de lading hadden getraceerd, klachten hadden ingediend, actieposten hadden opgezet en acties op zee hadden georganiseerd. “Het zijn doodgewone stalen staven,” zegt Peppe Marra van de vakbond USB. “Maar we weten dat ze op hun bestemming in kogels zouden zijn veranderd.”
Voor de arbeiders die de opdracht kregen om die lading te verschepen, is dit een kwestie met een zware morele lading. “Je komt erachter dat wat jij hebt verplaatst en aan boord van een schip hebt geladen, een paar dagen later de dood zou betekenen voor kinderen, vrouwen en mannen,” vertelt Marra. “We hebben tegenwoordig veel buitenlandse werknemers – soms zelfs afkomstig uit de gebieden waar de lading naartoe gaat – die ontdekken dat zijzelf wapens naar die gebieden hebben vervoerd.” Hij voegt daaraan toe: “Dat raakt je. En als het je niet raakt, ben je geen mens.”
De actie doorbreekt bovendien het isolement en de strikte discipline die binnen de haven worden opgelegd. Domenico “Mimmo” Macrì van de vakbond ORSA Porti legt uit dat de angst van het havenbedrijf voor vakbondsorganisatie voortkomt uit een kettingreactie: “Als je praat, ga je je organiseren; als je je organiseert, kom je in actie; als je in actie komt, ligt de haven stil; en als de haven stil ligt, ontstaat er een probleem.”
De staking van 30 oktober was bedoeld om dat isolement – tussen verschillende ploegendiensten en tussen verschillende werkplekken – te doorbreken.......tussen havens. Er werd gesteld dat de terminals waar de wereldhandel doorheen stroomt, niet in handen mogen zijn van militaire allianties en niet mogen dienen voor hun oorlogen. "Het is een civiele commerciële haven, geen oorlogshaven", zei Macrì. "Wij hebben geen contracten voor militair werk. Wij zijn havenarbeiders die civiele goederen verplaatsen; we hebben dus niets met oorlogen te maken, en dat willen we ook niet."
Deze actie brengt risico's met zich mee: inkomstenverlies, represailles en – voor sommige Italiaanse transportarbeiders – de dreiging van boetes, nadat minister van Transport Matteo Salvini had bevolen de staking uit te stellen. Maar de arbeiders weigeren de prijs voor oorlog te betalen, terwijl hun tegelijkertijd de macht wordt ontzegd om die oorlog te stoppen. "Wanneer we besluiten een dagloon op te offeren, doen we dat niet om een wandelingetje te maken of met de kinderen naar een café te gaan. We doen het om te protesteren", aldus Marra. "Degenen die werd opgedragen weer aan het werk te gaan, maar toch staken, kunnen rekenen op alle mogelijke steun van onze organisatie."
De les uit Livorno en Gioia Tauro is dat zelfs een vertraging kan doorwerken in het raderwerk van de oorlogsmachine. "Als een schip één dag vertraging oploopt, stapelen de vertragingen zich op en raakt het logistieke mechanisme ontwricht", zei Ceraolo. "Het is een politiek signaal, maar het veroorzaakt ook economische schade. Beide aspecten spelen een rol. Voor ons is dit daarom, alles bij elkaar genomen, een historische dag."
De mobilisatie van 30 oktober biedt een cruciale les over de kracht van arbeid om de voorwaarden van ons leven vorm te geven – onder meer door invloed uit te oefenen op vraagstukken rond oorlog en vrede, terreinen die doorgaans zijn voorbehouden aan de beheerders van het mondiale kapitaal. Het is de taak van onze generatie om die les om te zetten in duurzame politieke macht voor werkende mensen.
In solidariteit,
Het secretariaat van de Progressive International